Ringmaten

Zo meet je eenvoudig zelf je ringmaat

Methode 1: Met een bestaande ring (meest nauwkeurig)

  1. Kies een ring die goed past om de juiste vinger.
  2. Meet de binnendiameter van de ring met een liniaal of schuifmaat.
  3. Vergelijk de gemeten diameter met de tabel hierboven. Is de binnendiameter bijvoorbeeld 17 mm, dan heb je ringmaat 17.

Methode 2: Met een touwtje of papieren strook

  1. Wikkel een dun touwtje of strookje papier om de vinger.
  2. Markeer waar de uiteinden elkaar raken.
  3. Meet de lengte in millimeters. Dit is de vingeromtrek.
  4. Zoek de bijbehorende omtrek op in de tabel. Een omtrek van 53 mm komt bijvoorbeeld overeen met ringmaat 17.

Handige tips

  • Meet je vingers aan het einde van de dag; dan hebben ze meestal hun normale omvang.
  • Meet niet wanneer je handen erg koud zijn, omdat je vingers dan smaller kunnen zijn.
  • Twijfel je tussen twee maten? Kies dan meestal de grotere maat, zeker bij bredere ringen.
  • Houd rekening met de knokkel: de ring moet daar soepel overheen kunnen, maar daarna comfortabel om de vinger zitten.
Ringmaat (diameter) Binnenomtrek (mm)
14,0 44
14,5 46
15,0 47
15,5 49
16,0 50
16,5 52
17,0 53
17,5 55
18,0 57
18,5 58
19,0 60
19,5 61
20,0 63
20,5 64
21,0 66
21,5 68
22,0 69